Leeswijzer: In deze en misschien volgende aflevering zijn zowel heden als jeugd verwerkt,
Sommige episodes uit mijn verre verleden zullen in het verhaal de revue passeren.
Na toch wel een intense maar mooie vaar vakantie, moeten we de tijd weer vol zien te maken met werken, onderhoud en af en toe een weekendje afsnoepen soms twee of drie dagen.
Zo ook op zaterdag 17 juli, als ik met de aanstaande schoonzoon naar Vianen vaar, zijn wens was om toch ook eens op het Merwede kanaal te varen, zo naar zijn geboortegrond.
Als je meevaart naar Maastricht waarom dan niet naar Vianen, dus daar overnacht, en even door het stadje gelopen, en weer op huis aan, daar er de andere dag weer op ons gerekend werd.
Misschien om het vaar afkikken in goede banen te leiden, moesten we ook wel weer even de sfeer van de vakantie terug halen, en is het goed om alles weer op een rijtje te krijgen.
Tussen de bedrijven door klussen, wat aan verfwerk doen, en zijn er binnen toch nog een aantal afwerkpuntjes in de kajuit.
31 juli kijken we, mijn kleinzoon en ik onze ogen uit op het reünie feestje van de LVBHB, in Schiedam, waar het gezellig druk is, en mijn broer met zijn schip ook aanwezig is.
Op 2 augustus gaan we naar Roermond, en bezoeken we de Jubileum Jamboree, die in ons land 100 jaar bestaat, een groot spektakel, met bijzonder veel vrijwilligerswerk.
Zo komen we het jaar weer aardig door tussen het bruggenwerk in het Rotterdamse, en lees dat we met 4 andere oude scoutsleden met de Vrijbuiter varen over de Linge.
Net voor Leerdam:

We laten ze inschepen te Arkel, en varen naar de Mariënweerd waar we picknicken op een mooi grasveld, het word te laat om nog door te varen naar Geldermalsen, dus varen we terug naar Arkel, en vertoeven voor de rest van de avond bij de chinees, waarna ieder weer huiswaarts keert.
Wij varen terug, daar het maandagmorgen weer vroeg dag is men verwacht van mij om 04.00 uur operationeel te zijn op de brug.
27 Augustus gaan vrouw dochter en ik de aanhangwagen, alias werkplaats te Heukelum uitruimen en uit vegen daar het grote werk, waar hij voor was gebruikt achter de rug is.
Voor mij was het nog flink werken, er zijn altijd spullen die je nog wel eens kan gebruiken, maar waar laat je het, gelukkig bracht dochter uitkomst en stalden het in de garage van haar toekomstig huis.
De agenda nalezend lees ik dat er een nieuwe bestemming gevonden is voor de aanhanger en word 28 augustus opgehaald.
Op 30 september gaan Henk en ik weer varen, opnieuw naar de Furiade te Maassluis, en meren op het zelfde stekje af:

Opnieuw geen opnames van dit gebeuren, wel van later als ik over de nieuwe Maas langs de monding van de Maashaven vaar:

waarna ik doorvaar naar Schoonhoven, en Henk weer oppik, om de volgende dag over de Rijn via de sluis van Hagestein en rechtdoor op de kruising met het Amsterdam-Rijnkanaal langs Dorestad te varen, waar ik nog een bijna antiek plaatje van heb:

Hier heb ik nog een stuk kaart van, uit elkaar gevallen van 1952, wat een groot gedeelte van onze reis bepaald, met wat antieke, misschien wel unieke foto’s daar er wel filmmateriaal is maar slechts een enkele foto gemaakt in de herfst 2010:




We besluiten om naar Rhenen te varen, en meren aan het steiger net beneden hotel de Stichtse Oever, de oude veerstoep.
Nadat de havenmeester zijn marktgeld heeft opgehaald gaan we aan de prak beginnen, en laden nog wat drinkwater van het steiger, en hebben een genoeglijke avond.
Er is was gerommel op de rivier, en denk dat er een schip voor anker gaat op de rivier dus draai me om en probeer verder te slapen.
Inmiddels is het 01.00 uur en door wat luidruchtig motorengeluid met veel wisselende toerentallen ga ik mijn warme bed verlaten, en kijk in de stuurhut en zie een oefening van de genie troepen.
Ze gaan een brug slaan, en dat is natuurlijk het makkelijkste aan een oude veerstoep en met veel kabaal gaat er steeds een uitklapbare ponton van een vrachtauto te water, en twee van die duwdingen met brullende GM gieren boven mijn slaap uit.
Half brak ontbijten we om 08.00 uur en varen een half uur later, een militaire ervaring rijker.
Verre herinneringen komen boven, van een vaartocht met de klipper Rust Roest, geladen in Rotterdam voor Zutphen, milocorn 100 ton en moeten lossen in een haven die al niet meer bestaat.
Spieker en Elfrink had een unieke oude kraan, met starre arm die snel over de rails reed, en een loods met daken die opengeschoven werden en, zo werd de milocorn in de loods gestort.
Later losten we voor die firma in de industriehaven, wat lager uit, `met de grote kraan van Levison, we denken dat het een metaalhandel is.
We voeren langs Wageningen met mooi rustig weer en haast geen tegenstroom, en niet veel vaart langs Renkum met de van Gelder papierfabriek en, bijna niet meer te zien de veerstoep van de allang verdwenen gierpont:

Zo zijn er gelukkig nog veel sporen aan de rivier die zich door zijn kalme stroom uitstekend leent voor een uitgebreid overzicht, vervallen steenfabrieken markeren de zilveren stroom.
Veel groen en vee in de uiterwaarden maken dit tot een geliefde tocht, Heeteren, hoe lang heeft de voormalige steenfabriek als een oorlogsmonument aan de oever gestaan, totaal kapot geschoten, hij lag ook in de vuurlinie.
Bijna op de zelfde plaats,vinden we de positie terug die de aanzichtkaart uit 1953 al laat zien, ongeveer vanaf de Noordberg:

We varen verder en onder de spoorbrug van Oosterbeek, in de lijn Arnhem Nijmegen is het altijd een beetje zwaar varen, ook ontwaren we rechts van de voormalige steenfabriek van Jos Terwind uit Elden de restanten van de Atlantic wal.
Als we wat later langs het enigste hoofd van de Waterlinie aan de rechteroever varen, zijn we al aan de benedenkant van Arnhem wat vanaf het water hoog uit de oever torent.
Het imposante Rijnhotel,en de riante huizen, met hun privacy, vanaf het water dus wel zichtbaar, zeker als kind was dat fascinerend, huizen met mensen waar je letterlijk en figuurlijk tegenaan keek.
De Rijnkade vroeger ook al door schepen ingenomen:

Plaatjes die vredig overkomen dat is meestal zo bij antieke foto’s, maar wat een werk moest er verzet worden, en armoede die steeds weer aan de dorpel knaagde en met zoveel gedachten komen we bij de Rijnhaven.
Dat brengt me weer terug bij de zestiger jaren, als we in de Merwehaven te Rotterdam 75 ton wolframconcentraat, in kleine jute zakjes laden, in het scheepje Rust Roest II, met bestemming Arnhem.
Het bedrijf Billiton verwerkte dat kostbare spul voor de gloeilampen industrie, en al met al duurde het nogal even voor we weer bevrijd van de lading op de thuishaven aankonden.
Zo te zien is er van overslag van stukgoed niets meer over, en daarmee de gezellige drukte in zo’n haven, de container slim en zakelijk, heeft daarmee veel meegenomen.
Inmiddels bereiken we de splitsing met de Gelderse IJssel, en vragen via de marifoon of er nog opvaart is op de IJssel, varen naar de volgende krib, en nemen om in vakjargon te spreken kop voor.
Je moet altijd twee keer zo goed uitkijken op deze rivier, die veel grilliger is in de bovenste helft smal, en met normaal water steken de kribben hoog boven het waterniveau uit.
Daarbij genomen dat snelheid verdubbelt, en opvaart, afvaart mag regelen,betekend dat er veel aandacht wordt gevergd, aan de linkeroever passeren we scheepswerf Westervoort.
Even later zitten we alweer onder de spoorbrug waarna aan rechteroever de haveningang van Westervoort die is voor beroeps alleen vanaf de benedenkant in te varen, verder even voorbij de verkeersbrug jachthaven “Het Hazenpad“ altijd al een originele naam gevonden.
Dan bochtenwerk bij Rheden de Steeg, maar troost je, vroeger nog 5 km langer, maar door bochtafsnijding zoveel verkort, verstilt plaatje vanaf de uitloper van de Gelderse heuvelrug, (wat door mijn ouders is gepost naar familie in de jaren vijftig):

Met in de verten, Gelre’s toren de vesting van Jan van Gelre, steenfabriek van Bingerden, nou ja wat er nog van over is, passeren we , en ontwaren de toren van Doesburg.
Doesburg in 1947; stadje aan de samenvloeiing van de Oude en de Gelderse IJssel, 5700 inw.
Het 15e Eeuwse raadhuis in de Munsterse stijl is dan in oude glorie hersteld.
De gelovige bevolking bestond toen uit; 45% RK, 39% Ger. en 6% deed het op een andere Hervormde manier, dus 570 personen geloofden het allemaal wel, of niet?
Het drukke zakenleven vertaalde zich in de volgende groepen; Klompen,scheepswerf,leerlooierij, ijzer en metaalgieterij, olieslagerij, rieten meubels, beton, veevoer, pottenbakkerij, handel in kunstmest en graan.
Tempergieterij, de enige Ned. gieterij van smeedbaar gietijzer, Ferrocal, gewapend astbestcement, voor schuilkelders en archieven, tricotage, blik, mosterd, likeuren fietsen.
Geboortestad van admiraal van Kinsbergen, het stadje is geteisterd door de oorlog.
63 Jaar later is er van deze dingen nog maar weinig over, ik vermoed dat veel lezers of het niet interessant vinden, mij zegt zoiets nog al wat, in mijn herinnering een stukgeschoten kerktoren, die heel wat jaren als tijdsdocument voorbij kwam als we geladen afvoeren.
Bochtafsnijdingen waren eerst niet zo in bij de waterstaat, mede omdat er geen stuwen kwamen in de IJssel, en men was bang dat er niet voldoende water op het boveneind zou blijven, als men bleef afsnijden, vandaar de gedeeltelijke bochtafsnijding te Rheden.
Juist beneden Doesburg was er in mijn herinnering allang één, het zou zomaar de eerste kunnen zijn, en dan ben je haast gelijk bij Dieren, de invaart van het Apeldoorns kanaal.
Ook daar heb ik nog een oud plaatje van, de drietrapssluis:

en de twee jongetjes voorop de eerste Rust Roest scherpsteven van 52 ton, mijn grote broer links, en ik rechts, verlangend kijkend naar de IJssel, in de bovenste sluiskolk, zomer 1953.
Verder gaan we, en zien de pont van Brummen naar Bronckhorst, het moet daar erg oud en mooi zijn, dus misschien over land, ik kom alleen voor Nederland al tijd te kort!
Torens in zicht, Zutphen ook een ander gezicht als een 50 jaar geleden, toen je nog Zutfen spelde, met weer die indruk van een gehavende toren.
Wel een markante onderbouw maar in geen verhouding, gelukkig hadden ze nog een soort van Madurodam bovenstuk op de luifel van de preekstoel staan als voorbeeld.
Het grote exemplaar werd veel later boven op de toren geplaatst, we parkeerden de Vrijbuiter bijna aan de voet, nou ja, in Gelre’s haven om ongeveer16.00 uur.
We gingen winkelen, en op twee kleine pannetjes uit waar we uiteraard in slaagden, ik denk Blokker, waarna we langs de HEMA liepen, en lazen dat er een voordelig ontbijt was.
Daar was het nu al even te laat voor, maar de andere morgen voeren we pas om 10.30 uur af, en je snapt het al ,heerlijk ontbeten met jus en koffie.
Nadat we de monding van het Twentekanaal aan de rechteroever zijn gepasseerd , zien we om de hoek na wat overstroomgebiedjes, over de linkeroever kasteel Nijenbeek, een voormalige donjon, uit de 13e Eeuw, aan de Voorster beek.
Niet te lang kijken naar die ruïne, want de rivier, die hier soms nog wel smaller lijkt kronkelt scherp stuurboord uit, en nog iets, ik mis de tolbakens op de kant die je vroeger de vaargeul aanwees.
Nadat we over stuurboord een heel mooie locatie waarnamen, van een riant optrekje, kwamen de contouren in zicht van de nieuwe verkeersbrug boven Deventer, en zocht tevergeefs naar het industrieel erfgoed van Noury en van der Lande.
Deze meelfabriek was te bereiken via de smalle haven bij de olieopslagplaats, voor de voorhaven van Deventer, waar we eind 50er jaren losten met het klippertje van vader.
Deventer, voorhaven van het Overijssels kanaal met ontsluiting via voornoemd kanaal naar Raalte, met aftakking naar Vroomshoop en Zwolle, dat was in 1947 nog aan de orde, en tot Raalte was het in de 70er jaren nog open, en hebben we daar nog gelost:

We schutten dan te Deventer door de Bernhardsluis, en voeren helemaal naar achteren en naar bakboord kwam je dan bij de Snippeling een klapbrug waar je een niet onaanzienlijk bedrag moest betalen, aan de Maatschappij Overijsselse Kanalen, kortweg MOK.
Nadat het geheel nadrukkelijk afgesloten was met een zware balk, losten we even voor de Snippeling, aan een nieuwe loswal bij de DOK Deventer Overslag Kombinatie.
Volgens het vermaarde Aardrijkskundig woordenboek komt eerst in de categorie nijverheid de koek en biscuit, en na veel industrie, ook nog een paar grote namen.
Te denken valt aan Geert Groote en Schimmelpenninck die beide hier geboren zijn, er was in 1947 een standbeeld van president Steyn, van de Oranje Vrijstaat,en studiebol in Deventer.
En de schipbrug zal dat jaar worden vervangen, door een vast exemplaar, de naweeën van de 2e Wereldoorlog zijn dan ook nog goed zichtbaar.
Weidser wordt de rivier na Deventer, en plaatsen als Olst met de Teerfabriek waar de V T loste, met de pont naar de overkant Welsum, en even verder Veessen, waar je dan weer over kan naar Wijhe.
Ergens tussen deze plaatsen kon de genie in vroeger dagen een stuw opwerpen door een caisson tussen twee muren laten zakken en konden ze zo de bovenloop van onze rivieren laten overstromen.
Al eerder vermeld bij Arnhem, ook op de Waal had je zo’n monteerbare stuw, het bleek tijdens de bouw al achterhaald, dat bewezen de Duitse parachutisten.
Van ver is de centrale van Windesheim zichtbaar, een bekende “radioplaats”bij de waterhoogten medegedeeld door Rijkswaterstaat, Deventer – Windesheim, + 2meter40
Het is nou eenmaal een nostalgie reis dus daar gaan we dan ook voor, Windesheim – Katerveer, + 2meter10 nog zie ik de schepen wachten voor de Willemssluis om via de Willemsvaart naar Zwolle en naar het Zwarte water te varen, deze ontsluiting kwam al in 1819 tot stand.
Via de Spooldesluis, het alternatief, varen we het Zwarte water op linksaf richting Hasselt waar we om 15.45 afmeren even boven de nieuwe verkeersbrug, vlak bij het oude brugwachtershuisje.
Hasselt, ook meegesleurd in de vaart der verandering, geen graansilo meer of veevoeder bedrijf, nog wel een paar scheepvaart gerelateerde bedrijven.
Statige namen voor grachten die je in Amsterdam terug vindt, en in het verleden een handelsknooppunt met het achterland via het al eerder besproken kanalenstelsel.
Ook bevonden zich hier kalkovens, toegankelijk door de gracht waar ik nog wel eens doorgevaren ben met de roeiboot zelfs nog een stuk Dedemsvaart door een grote buis.
Herinneringen van ons zijn er hier, verbouwingen aan de Grindwal denneboom, roeren:


en in 1994 nog een nieuw stuurhutdak dus werd het tijd hier even te rusten en te winkelen:
Er stond ons voor de andere dag een verrassing te wachten, overigens een normaal natuurverschijnsel, in de vorm van mist dus genoten we iets langer van ons warme nestje.
Ook weer niet te lang, we konden nog wel even een paar kleine boodschapjes doen, en vonden ook nog een kringloopwinkel, en, natuurlijk schafte ik voor mijzelf Beekman en Beekman aan.
Omstreeks 11.30 was het zicht zover verruimd dat we de touwtjes weer in eigen handen namen, en koersten naar Zwartsluis, en afmeerden voor de Arembergersluis:

Dan begeef ik me op nieuw terrein, en is het teruggrijpen op het verleden voor even wat minder, inmiddels wachten we geduldig tot de sluismeesteres haar warme hapje binnen heeft.
In eens zijn we na het schutproces in een andere wereld, één van eerst gras later riet en biezen, en komen op de Kleine Belterwijde, een niet al te groot meertje, met diverse mogelijkheden.
Het blijft tot Ronduite de Aremberger gracht, en pikken nog een stukje Belterwijde mee, en na brugpassage slokt de Beulakerwijde ons geheel op, tot we ons in de walengracht verschuilen.
Na het veer van Jonen, komen we nog een baggerbak, met ernaast een sleepboot tegen, wel even goed manoeuvreren in dat toch al niet te ruim bemeten stukje, dan Giethoornsemeer, met het driehoekige eiland, wat een opknapbeurt krijgt met nieuwe beschoeiing.
Leuk is de driehoeksplitsing wij gaan rechtdoor en passeren gehuchten met verbeeldende namen als, Kikkerij en Muggenbeet, gaan onder de N333 door, en laten het Steenwijkerdiep rechts liggen.
Scherend door de Scheerebrug,dat was dan wel weer gekscherend, varen we inmiddels op de Wetering, naar de Heuvengracht, wel even meer dan haaks naar links met een grote plas aan bakboord.
Op naar de Kalenbergergracht vermaard om, ja waarom eigenlijk, is het om het smalle pad, of dat de auto het hier af moet laten weten, de zompige gronden er omheen, de kleine arbeiders woninkjes?
Als we dan maar niet vergeten dat deze mooie entourage nog maar 50 jaar terug een land was van arme gemengde boerenbedrijfjes, en riet en biezen handel toen nog geen vetpot.
Soms hé voel ik me verlegen met deze wetenschap je vaart hier nu zomaar voor je plezier, als we twee generaties terug die mensen tegenkwamen, krom gewerkt, ik zou me geen houding kunnen geven.
Dit is ook STUURHUT met de diepste gedachten…….
Ossenzijl weer wat bekender terrein nu zal je zeggen, hoe kan dat nou?
Als volgt; de klipper Rust Roest van vader was een ondiep scheepje afgeladen stak zij 1,65 m.
Er was nogal eens werk van Rotterdam naar Oldeberkoop aan de Tjonger, althans een wiek of zijsloot leid naar dat plaatsje, met 1,45 te bevaren hier het bewijs, 3 april 1973:
Met 100 ton had vaders scheepje de juiste diepgang om de enkelvoudige grondstoffen naar de graansilo onderdeel van CAF te brengen en is het eenmaal voorgekomen dat we via Beukerschut, halfweg Zwartsluis en Meppel via Beukersgracht en Giethoorn naar Steenwijk voeren.
Juist voor Steenwijk voeren we toen linksaf het kanaal Steenwijk Ossenzijl in dus kom je vanzelf te Ossenzijl.
Deze reis besloten we om hier te overnachten aan de Vri Jon werf:

De nieuwe aanwinst van de kringloop, geeft mij de kans om deze geslaagde dag in het avond uur te vullen met vooroorlogse Brabantse gedachten, hulde aan Toon Kortooms.
Ik vertrouw er op, dat jullie heden en verleden kunnen scheiden, anders is deze aflevering maar een rommeltje.
Groet, Willem