|
|
FEBRUARI 2003
de "OPDUWERS"
Alleen had de "watervervoerder", vanaf nu maar gewoon schipper genoemd, nog het voordeel dat er voor het vervoer over water nòg twee belangrijke voortstuwingselementen bestaan, te weten wind en stroom:
Vooral van deze elementen werd natuurlijk dankbaar gebruik gemaakt, want het is immers gratis voorhanden. Maar vooral op de kanalen was het niet altijd mogelijk om te zeilen, en stroom staat er meestal niet.
Van de uitvinding van de mechanische voortstuwing is natuurlijk vanaf het begin dan ook dankbaar gebruik
gemaakt. In de rijnvaart verscheen al gauw de stoom-(rader)sleepboot, maar door de kleinschaligheid van de toenmalige binnenvaartwegen is de "stoomboot" eigenlijk nooit echt op die wateren tot ontwikkeling gekomen.
Aangezien de toenmalige vloot van binnenvaartschepen , tjalken, aken, klippers, zich door hun kleinschaligheid ook niet echt leenden voor de inbouw van motoren en zeker geen stoommachine met ketel, bestond de eerst mechanische voortstuwing voornamelijk uit zijschroefinstallaties en bijboten met een motortje; de zogenaamde opduwer, of zoals de Belgen hem noemen; de "gatstamper".
Ook werd er veelvuldig gebruik gemaakt van sloopmotoren uit de toenmalige "automobielen". Een goed voorbeeld daarvan is de A ford motor, daar waren zelfs aanbouwflenzen voor beschikbaar voor de RIJSDIJK koppeling.
Maar laten we ophouden met de geschiedenis van de opduwer te belichten. Daar is jammer genoeg weinig over bekend. Maar weinigen hebben ,of hadden, de behoefte om de geschiedenis van deze "underdog" te onderzoeken.Er bestaat wel enige documentatie zoals het boekje "De Opduwer" van Han Mannaert, kijk op zijn website In het Veenkoloniaal Museum in Veendam is ook wel iets te vinden over de opduwers.
Zijn opduwer "Zeldzaamheid" (oorspronkelijk een sleepboot van de Havendienst Nijkerk) hoorde in de jaren 1950 bij zijn Hasselteraak "Dankbaarheid". De originele Kromhout gloeikop M1 motor is nog aanwezig en wordt aan boord van zijn aak gereviseerd. Eddie -in werktijd te vinden in het Noordelijk Scheepvaartmuseum te Groningen- heeft al veel achterhaald over de geschiedenis van zijn sleepboot c.q. opduwer. Hij is voornemens om deze historische informatie samen met een restauratieverslag van opduwer en motor in boekvorm uit te brengen. Dit zal, indien mogelijk, met ondersteuning van onze werkgroep "Opduwers en oude motoren" van de LVBHB en de specialisten in historisch onderzoek van de stichting BASM gebeuren.
Die ontwikkeling is jammer genoeg gepaard gegaan met een exorbitant hoge prijsopdrijving. De populariteit van de bootjes is, net als bij de luxe polyester sloepjes, daar natuurlijk debet aan, maar het gevolg daarvan is wel dat de doodgewone opgroeiende knul of meid financieel bijna niet meer in staat is om aan zo'n bootje te komen.
Aan die populariteit heb ik zelf ook mijn steentje bijgedragen door bijvoorbeeld die opduwer-trekwedstrijden te organiseren, louter en alleen met de doelstelling om meer aandacht te krijgen voor deze vergeten groep binnenvaartschepen. Niet beseffende dat het zou ontaarden in een kermisattractie waarbij alleen de meeste kracht een rol speelt. Nog even en er zijn "opduwers" met opgevoerde V8 motoren met nitro-injectie, net als bij de populaire trekker-trekwedstrijden.
De opduwer BERTUS van Eus Elbertse, momenteel voor een werfbeurt op de museumwerf Vreeswijk, wordt nog min of meer beroepsmatig gebruikt, en wat te denken van de vletopduwer CONJO van Bouwe en Roel Gravenstein die er niet voor terugdeinst om zich op de Waal met veel wind tussen al die grote jongens te wagen. En dat daarvoor wat "aanpassingen" aan zo'n historisch en beeldbepalend bootje verricht moeten worden laat het machinekamertje van de CONJO wel zien: moderne elektra zoals verdeelkast, (en) wisselstroomdynamo en aluminium vloerplaten. Een totale revisie van de LISTER en RIJSDIJK koppeling van de STAD-UTREG, tesamen met schroef en schroefasvernieuwing en roeraanpassing doe je ook niet zo gauw als je zo'n bootje alleen als "pretbootje" gebruikt.
Daarom ben ik verheugd over het hernieuwde initiatief van enkele ter zake kundige personen en organisaties om weer aandacht te gaan besteden aan de werkelijke doelstelling om deze vergeten groep boten te behouden voor de toekomst. Ik ga dat, als opduwerliefhebber, natuurlijk op de voet volgen en er zoveel mogelijk aan meewerken.
|