Een forse, vrij jonge boot, die in de vakkundige handen is van Arie Krielaart uit Aalst.
De boot die in 1947 gebouwd is op de werf van Bijlholt in Foxhol, met de afmetingen van 18.50 x 4.80 x 1.90 mtr. heeft hij jarenlang dienst gedaan als "bokkenboot" bij Bon & Mees in Rotterdam, eén van de weinige, ook nu nog bestaande, onafhankelijke maritieme dienstverlener, die met drijvende bokken allerlei hijs- en bergingswerk aanneemt, voornamelijk in het Rotterdamse havengebied.
In die periode (1968) is er in de DAVID een GM type 12-V71 geplaatst met een TWIN-DISK koppeling erachter met een vertraging van 6:1!!
Met z'n 360 PK bij 1800 omwentelingen levert die GM dus z'n vermogen aan de schroef bij slechts 300 omw./min.
U zult dus begrijpen dat er nogal een forse schroef aan DAVID z'n kont hangt. Om die reden is toen het schroefraam vergroot, een zwaardere schroefas geplaatst en een nogal diepe hak die de diepgang vermeerderd heeft naar 2.20 mtr.
In de tijd dat DAVID aan een drijvende bok lag te sleuren had je dat vermogen wel nodig, en moet de boot met zijn diepgang en breedte een "beer" van een boot geweest zijn.
Eentje waarmee een bok met staande A poot bij een beetje wind beslist niet aan de haal ging. Als zo'n boot, die voor zijn afmetingen toentertijd een imposant vermogen had voor een bok zat, dan "zat" 'ie er ook echt voor. En dan kwam het voor zo'n vierkant drijvend gevaarte aan op pure trekkracht. Gang trek je toch niet in zo'n ding.
Hoewel de GM tot op de dag van vandaag naar volle tevredenheid van ARIE z'n toertjes draait,
("Ge hoeft er maar naor te kieke en t'loopt", zei de trotse schipper),
is hij toch stiekem op zoek naar een andere motor.
Want al die kracht heeft Arie nu niet meer nodig, nu de boot niet echt meer beroepsmatig gebruikt wordt.
Zijn hart gaat toch wel uit naar een "langzaamloper" met wat minder vermogen. Zo'n 200 PK, daar kan David het volgens Arie ook wel mee doen en met wat minder kracht is er ook een kleinere schroef nodig. Die diepe hak zou dan ook weer onder de boot uit kunnen.
Laatst kon Arie voor een zacht prijsje uit een tankscheepje een complete machinekamerinstallatie overnemen, bestaande uit een 4 cilinder 160 PK sterke MAK type M36. Voor de kenners onder ons is dat de MAK motor die voortgekomen is uit de DEUTSCHE WERKE M36. Een beroemde motor, ontwikkeld in de 40'er jaren door de bekende motorenfabriek DEUTSCHE WERKE uit Kiel. Na de 2e wereldoorlog is die fabriek opgesplitst in het West-Duitse MAK en het Oost-Duitse SKL.
Maar wat de aankoop mvan die motor betreft, U weet wel hoe dat gaat met die beroepsmatig in dienst zijnde vaartuigen; zo'n hermotorisering moet snel plaatsvinden want elke dag dat zo'n tankscheepje stil ligt tegenwoordig, kost geld.
En toen Arie hoorde dat die motor eruit ging had hij op dat moment niet de mogelijkheid om die machinekamer te slopen.
Nou ligt die MAK bij de hoogovens!!!! Eeuwig zonde……
Dus als U nog een karretje, b.v. Deutz, MWM of ( ik durf het bijna niet te vragen) een INDUSTRIE
3 VD 6 of 6A heeft staan dan moet U bij
Arie Krielaart
wezen.
Ik kan U verzekeren dat de ruime machinekamer van de David er echt mee op zal fleuren.
Het is trouwens één van de weinige ingrijpende klussen die Arie nog aan DAVID moet doen; het herinrichten van de machinekamer van een boot die het verdient dat er weer een min of meer originele kar in komt te draaien.
Want dat er uit een wrak van een boot door de vakkundige handen van Arie en met behulp van zijn schoonvader weer een beeldbepalende historische boot tevoorschijn gekomen is, mag U van mij geloven.
Er is niet zoveel over de geschiedenis van deze sleepboot bekend. Het is in ieder geval zeker dat de boot een keer gezonken gezeten heeft en na de berging is doorverkocht aan Joop v.d. Broek (handelsonderneming De Rijke, Ben. Leeuwen) en dat de boot daar een aantal jaren in deplorabele toestand in de Strang heeft gelegen, een plaats die bij insiders bekend is en boten die daar terechtkwamen gingen er nou niet bepaald op vooruit.
Toen Arie de boot daar ontdekte was het gelijk liefde op het eerste gezicht. Hoewel er na het overlijden van Joop helemaal niks meer aan die vloot van boten en schepen gedaan werd, kostte het Arie nog een hoop overredingskracht om de slb. DAVID van de weduwe los te krijgen.
Maar sindsdien heeft de boot een ware metamorfose ondergaan. Ik ken hem nog van toen hij in de Strang van Leeuwen weg lag te kwijnen. Vooral in de voorroef was er na het zinken vrijwel niets gebeurd, het was er één grote stinkende muffe puinhoop.
Nu is die roef weer een toonbeeld van hoe men een woning van een boot kan restaureren zonder afbreuk te doen aan het oorspronkelijke, maar toch met de geneugtes van de moderne luxe zoals centrale verwarming, warm en koud stromend water en een echte douchecabine.
Ook de achterroef, die in die jaren in z'n geheel was verwijderd, is weer in originele staat teruggebracht.
Hoewel het ijzerwerk van de achterroef helemaal gelast is, is dat op het eerste gezicht niet te zien. Je moet kennis van zaken hebben om te doorzien dat het dak van de achterroef niet geklonken is.
Waarlijk een geslaagde poging om een boot beeldbepalend te restaureren.
Nou die langzaamloper nog.
Succes Arie!!
© Cees van Dijk.
februari 2002